- Home
- Leerlingen vormen tot actieve burgers: onderwijs als hefboom voor engagement
Leerlingen vormen tot burgers: van onderwijs een hefboom voor engagement maken
Hoe leiden we jongeren op tot burgers die samen in actie kunnen komen in een wereld die steeds meer onder druk staat door sociale, ecologische en democratische crisissen? Die vraag staat dit jaar centraal in de werking van BeGlobal. Daarom gingen we in gesprek met Nicolas Spatola, doctor in de sociale en cognitieve psychologie.
In de nieuwste editie van het magazine Global Citizenship Education 2025, dat focust op de bijdrage van de gedragswetenschappen aan wereldburgerschapseducatie, en aansluitend een interessante webinar, gaat Nicolas dieper in op de mechanismen die ons engagement en collectieve keuzes beïnvloeden.
Hoe kunnen we die ideeën vertalen naar concrete en toegankelijke oplossingen voor onderwijsprofessionals … en voor de jongeren zelf? We gingen er dieper op in met Nicolas. Lees even mee.
Samen de wereld veranderen, vanuit de klas
Waar dient onderwijs eigenlijk voor? Willen we jonge mensen gewoon klaarstomen voor de arbeidsmarkt? Of om een diploma te behalen? In het licht van sociale, ecologische en democratische spanningen, is zo’n enge kijk op het onderwijs simpelweg niet meer houdbaar. Wat we vandaag nodig hebben, is onderwijs dat jongeren vormt tot kritische, goed geïnformeerde burgers die de complexiteit van de wereld kunnen begrijpen en samen in beweging kunnen komen.
Onderwijs gebeurt trouwens niet alleen op school, maar ook in het gezin, de media en de publieke ruimte. Maar wat is dan de specifieke taak van het formele onderwijs? Op school zouden we ruimte moeten maken om collectief te leren denken, om leerstof te koppelen aan de grote maatschappelijke uitdagingen van vandaag, om een gedeelde cultuur uit te bouwen … Onderwijs mag niet verengd worden tot het behalen van punten of diploma’s.
Als scholen alleen kennis overbrengen die losstaat van de realiteit, gaan ze voorbij aan hun belangrijkste opdracht: kinderen en jongeren vormen tot burgers die zich kunnen inzetten om de wereld te veranderen.
Maar hoe mobiliseer je jongeren om tot actie te komen wanneer de uitdagingen zo groot zijn dat zelfs de meest geëngageerde mensen soms de moed verliezen? In de laatste editie van het magazine Global Citizenship Education 2025 benadrukt Nicolas een belangrijk punt: het is niet genoeg om mensen te vragen de ‘dingen te veranderen‘ door hun gewoontes wat aan te passen. Wat we echt nodig hebben, is mensen ondersteunen om collectief, politiek en structureel te leren nadenken.
“We wilden met het magazine tonen hoe belangrijk het is om die verschillende denkniveaus te benoemen. Als we een probleem willen aanpakken, volstaat het niet om naar één niveau te kijken: alles is met elkaar verbonden.”
Nicolas maakt hiermee een scherpe maar hoopvolle analyse: mensen vormen tot burgers gaat niet over mensen een schuldgevoel aanpraten. Het gaat erom dat we hen de middelen geven om de wereld te begrijpen en om daadkracht terug te vinden. En dat begint…op school.
Het belang van cognitieve empathie
Toen Nicolas psychologie ging studeren, raakte hij geboeid door menselijk gedrag: hoe mensen keuzes maken, waarom sommigen wel tot actie overgaan en anderen niet. Al snel besefte hij dat je individueel gedrag niet los kan zien van de bredere context. “Hoe meer ik mij in het onderwerp verdiepte, hoe duidelijker het werd: het echte studieobject is de samenleving zelf.” Mensen handelen nooit in een vacuüm. Ons gedrag wordt mee gevormd door sociale normen, culturele gewoonten en collectieve verhalen.
“We worden voortdurend beïnvloed door onze sociale contexten. Als we ons gedrag willen begrijpen, moeten we die contexten durven meenemen.”
Om dat idee te illustreren, gebruikt Nicolas het beeld van een bol. Elke wetenschappelijke discipline belicht een stukje van die bol: psychologie, sociologie, antropologie, geschiedenis … Als we maar naar één bepaald deel kijken, mis je het groter geheel. Globaal denken betekent dus leren om die verschillende perspectieven met elkaar in dialoog te brengen.
Daar wordt de gedragswetenschappelijke benadering net interessant →
Het antwoord ligt bij een fundamentele vaardigheid: cognitieve empathie. Het gaat niet alleen om begrijpen hoe een ander zich voelt, maar vooral om proberen te begrijpen waarom iemand denkt zoals hij of zij denkt, rekening houdend met iemands verleden, omgeving en leefwereld. “Leren kijken door de bril van een andere persoon.”
Dat is wat scholen kunnen meegeven, als ze daarvoor de juiste pedagogische, structurele en menselijke middelen voor inzetten.
Het klaslokaal als sociaal laboratorium
“Een klas is eigenlijk al een mini-samenleving op zich.” Er gelden ongeschreven regels, onzichtbare normen en soms sluimeren er verborgen machtsverhoudingen. Als leerlingen leren stilstaan bij hoe die dynamieken werken, doe je al aan burgerschapseducatie

Nicolas geeft een eenvoudig voorbeeld uit de les: vraag een klasgroep naar welke films of welke muziek ze graag kijken of luisteren. Laat daarna een andere klas hetzelfde doen en vergelijk de antwoorden. Plots merken de leerlingen dat wat zij vanzelfsprekend vinden, elders helemaal anders kan zijn. Dat besef is een echte eyeopener: “Door leerlingen over die verschillen te laten reflecteren, leer je hen al om over de maatschappij na te denken.“
→ Praktijkidee voor in de klas: voorzie een moment waarop leerlingen samen reflecteren over collectieve regels of projecten → zo ontstaat er bewustwording over hoe een gemeenschap werkt.
Maar het gaat verder dan dat. Als we op school inzetten op begrip, samenwerking en kritisch denken, dan vormen, we jongeren tot burgers die écht samen in beweging kunnen komen. Alleen botst dat brede doel vandaag te vaak op een andere realiteit: een samenleving die de nadruk legt op prestaties. De fixatie op punten, rangschikkingen en individuele competitie overheerst te vaak, waardoor het collectieve aspect op de achtergrond verdwijnt. Nicolas is daar duidelijk over:
“We moeten herdenken hoe we lesgeven. Dat hoeft niet per se extra tijd of geld te kosten. De klemtoon moet liggen op redeneren, logisch redeneren en begrip in plaats van competitie.”
Hij stelt een belangrijke vraag: “Leren we om een goed cijfer te halen of om de wereld te begrijpen?” Jongerenvormen tot kritische burgers betekent bewust kiezen voor die tweede optie.
Ondanks alles: schuldgevoel overwinnen en actie ondernemen
Tegenwoordig wordt er veel verwacht van het individu: afval correct sorteren, bewuster consumeren of duurzaam reizen. Maar geloven dat die persoonlijke inspanningen op zichzelf genoeg zijn om echte verandering te brengen, is jezelf iets wijsmaken. Volgens Nicolas komt dat gevoel van machteloosheid voort uit een systeem waarin de verantwoordelijkheden onduidelijk en slecht verdeeld zijn. Iedereen schuift de taak op iemand anders af.
Dat noemt men ook wel eens de ‘driehoek van passiviteit’, waarbij niemand echt in initiatief neemt omdat iedereen denkt dat het niet hun taak is.
- Het individu zegt: “Ik ben het niet, het is de overheid.”
- De overheid zegt: “Ik ben het niet, het zijn de bedrijven. “
- De bedrijven zeggen: “Wij zijn het niet, het zijn de consumenten.”
Het resultaat? Iedereen kaatst de bal terug en er verandert weinig.
Let op: dat schema doet alsof alle drie niveaus evenveel verantwoordelijkheid dragen, terwijl dat niet klopt. Een overheid heeft nu eenmaal meer macht en invloed dan een individu. Doen alsof “iedereen gewoon zijn of haar deel moet doen” is een manier om het échte debat uit de weg te gaan en beleidsmakers hun verantwoordelijkheden te laten ontwijken.
Dat is hetzelfde voor onze consumptie. Zoals Nicolas het samenvat: “Die keuze wordt bepaald door de opties die ons worden geboden. Het is net als in een supermarkt: je kiest uit wat er in de rekken ligt.” Maar ook daar wegen niet alle keuzes even zwaar door: de staat beslist over wat geproduceerd en verkocht mag worden. De bedrijven kiezen vervolgens wat ze aanbieden, op basis van die regels en hun eigen economische belangen. De consument (individu) kiest uiteindelijk wat hij koopt uit dit vooraf bepaalde aanbod.
Dat principe geldt ook voor informatie. Sociale media tonen niet ‘alles‘, maar slechts een selectie gestuurd door algoritmes. Die algoritmes geven soms overdreven gewicht aan extreme of minderheidsstandpunten. Denk bijvoorbeeld aan YouTube, waar anti-abortusvideo’s tegenover grondrechten geplaatst worden, waardoor het lijkt dat beide standpunten even zwaar doorwegen. Dat zorgt voor een vertekend beeld en voedt desinformatie.
Daar ligt een belangrijke opdracht voor het onderwijs: jongeren leren om die mechanismen te herkennen en kritisch na te denken.
→ Praktijkidee voor in de klas: organiseer een debat over een actueel thema. Laat leerlingen verschillende bronnen verzamelen en analyseren → zo leren ze denkpatronen en vooroordelen in media herkennen.
Hoe kunnen we dan toch in actie komen? Nicolas gebruikt het beeld van een boom. De bladeren en takken zijn de kleine, individuele acties: belangrijk, maar kwetsbaar. De stam staat voor de collectieve structuren zoals wetten, overheidsbeleid of sociale organisaties. Als we alleen aan de bladeren werken en de stam verwaarlozen, valt de boom om.
Dat idee wordt hier geïllustreerd →
Conclusie? Kleine, individuele gebaren zijn zinvol, maar alleen als ze gepaard gaan met gestructureerde collectieve actie en kritisch bewustzijn over de informatie die we ontvangen. Anders blijven we hangen in de illusie van verandering..
Dat inzicht moeten we niet alleen meegeven aan leerlingen, maar ook aan leraren, opvoeders, schooldirecteuren én beleidsmakers. Pas als we begrijpen hoe collectieve passiviteit werkt, ontstaat er ruimte om écht actie te ondernemen.
Jongeren de middelen geven om te handelen
Veel jongeren willen zich wel inzetten, maar weten simpelweg niet hoe ze daaraan moeten beginnen.
“Op school leren we niet hoe een vakbond werkt, wat een vereniging juist doet, of hoe je een petitie opstart. Nochtans zijn dat de bouwstenen van collectieve actie.”
Dat gebrek aan kennis kan soms ontmoedigend werken. Daarom moeten jongeren eerst een aantal basisbegrippen en processen begrijpen: hoe worden beslissingen genomen? Hoe ontstaat een wet? Hoe kan een kleine, lokale actie iets groters in beweging zetten? Burgerschap betekent meer dan om de vier of vijf jaar gaan stemmen. Het betekent ook weten welke democratische instrumenten je ter beschikking hebt en hoe je die kan gebruiken.
Toch wordt engagement vandaag nog vaak beschouwd als iets puur persoonlijks: wie zich inzet, is zogezegd ‘ meer gemotiveerd. Maar Nicolas doorprikt die mythe: “Als je denkt dat engagementenkel een kwestie is van wilskracht, dan zit je er volledig naast.“
Niet iedereen heeft namelijk de toegang tot dezelfde middelen, informatie en mogelijkheden. Sommigen jongeren groeien op in een omgeving waar sociaal of politiek engagement deel uitmaakt van het dagelijkse leven. Voor anderen is dat totaal onbekend terrein. Als je ervan uitgaat dat iedereen dezelfde kansen heeft, ontken je die ongelijkheid en versterk je het idee dat de inzet van mensen, afhankelijk is van hun eigen wil. Terwijl het vaak gewoon een kwestie is van toegang.
Wat kunnen we daar juist aan doen? Nicolas doet een eenvoudig maar sterk voorstel: laat jongeren, als onderdeel van hun schoolprogramma, een halve dag per week vrijwilligerswerk te doen. “Er zullen er altijd een paar zijn die afhaken, maar de meerderheid zal meedoen. En ze zullen het leuk vinden ook.” Zoiets opnemen in het leerplan ondermijnt het curriculum niet, maar versterkt het net.

Voorbeelden genoeg: voorlezen in een woonzorgcentrum, een clean walk organiseren, kleding helpen sorteren voor een goed doel. Dat zijn concrete acties die je samen beleeft.
→ Concrete activiteit voor in de klas: laat je leerlingen in groepjes een lokale actie bedenken rond een maatschappelijk → zo ontwikkel je een gevoel van collectief initiatief.
Door samen in actie te komen, bouw je aan een democratische cultuur.
Engagement creëer je samen
Je hoort weleens zeggen dat jongeren “individualistisch” en “niet geëngageerd” zijn. Niets is minder waar. Misschien moeten we ons eerder afvragen wat wij vandaag doen om mensen dichter bij elkaar te brengen en het collectief engagement mogelijk te maken. We leven in een samenleving die sterk inzet op individuele prestaties en competitie. Van in de klas tot in de media krijgen jongeren voortdurend de boodschap om zich te onderscheiden van anderen. Is het dan zo vreemd dat collectief denken moeilijk op gang komt? Jongeren passen zich aan aan wat hen aangeleerd wordt.
Verenigingen spelen daarin een belangrijke rol, maar zij kunnen dat niet alleen dragen. Ook scholen kunnen het verschil maken. Die kunnen zich de vraag stellen: hoe halen we het beste uit gezamenlijke samenwerking? Het creëert namelijk een gevoel van verbondenheid en dat gevoel, deel uitmaken van een groep, iets groters dan jezelf, is een sterke motor voor verandering. We zijn sociale wezens.
In verenigingen gebeurt dat vaak vanzelf: je bundelt de krachten in plaats van tegenover elkaar te staan.
Deze visual vat het perfect samen →
Maar zulke ruimtes zijn niet altijd neutraal. Ze kunnen overgenomen worden door radicale, identitaire of gewelddadige groepen. Waarom? Omdat die groepen iets bieden wat elders ontbreekt een sterk, duidelijk en geruststellend gevoel van samenhorigheid.
Daarom is onderwijs zo belangrijk. Jongeren vormen tot burgers betekent ook: kritisch leren denken over bij welke groepen ze zich aansluiten en waarom.
Opgepast: het volstaat niet om participatieruimtes te creëren voor jongeren. Die ruimtes moeten echt wel invloed kunnen uitoefenen, anders dreigen ze slechts etalages te worden zonder echte impact. “Als [bedrijven, ngo’s en gemeenschappen] een jeugdcomité oprichten zonder echte beslissingsmacht, dan is het gewoon een alibi” waarschuwt Nicolas. Hij verwijst naar de Convention citoyenne pour le climat in Frankrijk: “Een mooi voorbeeld van burgerparticipatie op papier, maar in de praktijk werd amper iets van de aanbevelingen uitgevoerd.”
“Met échte inspraak en beslissingsmacht kunnen jeugdcomités uitgroeien tot krachtige hefbomen van verandering.”
Jongeren een echte rol geven in besluitvorming is essentieel als we willen dat die participatieruimtes geloofwaardig en nuttig zijn om de samenleving te veranderen. Want dat is waar burgerschap over gaat: niet alleen je mening mogen geven, maar mee het verschil maken.
Zo’n ruimtes kunnen nog iets essentieels doen: bruggen bouwen tussen verschillende vormen van strijd. Te vaak worden thema’s als klimaat, sociale rechtvaardigheid, feminisme of antiracisme los van elkaar behandeld. Terwijl ze allemaal geworteld zijn in dezelfde systemen van uitsluiting en machtsongelijkheid. “Een strijd wordt sterker als we samen nadenken en handelen, in plaats van ieder voor zich“ zegt Nicolas.
→ Praktijkidee in de klas: laat leerlingen verbanden leggen tussen thema’s als klimaat, sociale ongelijkheid, en discriminatie → oefening in systeemdenken.
Conclusie: in sterke participatieruimtes, waar jongeren echt kunnen meebeslissen, ontstaat ruimte om zorgen en strijd onder woorden te brengen en samen te werken aan een gedeeld verhaal. Jongeren tot geëngageerde burgers vormen, dat is hen leren die verbanden te zien en te begrijpen
Tegen fatalisme: politiseren om actie mogelijk te maken
Het grootste risico vandaag is fatalisme. Zinnen als “Alles is toch om zeep“, “Dat gaat toch nooit veranderen“, hoort Nicolas vaak. Maar die passieve houding wijst hij resoluut af:
“Het is niet omdat je niet wint, dat je niets meer te verliezen hebt. En het is niet omdat je niet vooruitgaat, dat het niet nog slechter kan gaan.”
Volgens Nicolas is de uitdaging om het groter plaatje te blijven zien. Je mag je niet alleen focussen op het individu, de groep of puur op de structuren. Het gaat om de verbinding maken tussen de drie niveaus: individu (je eigen keuzes en gedrag), de groep (zoals een klas, gezin, vereniging of team), en bredere structuren (zoals instellingen, sociale normen, het economische systeem, wetten, de staat). Pas als die in balans zijn, is echte verandering mogelijk.
Als onderwijs die boodschap kan meegeven, dan is het al volop aan het politiseren, in de democratische betekenis van het woord. Het reikt jongeren de sleutels om zelf in actie te komen en hun plek in de wereld op te nemen.
Conclusie
Jongeren vormen tot burgers gaat verder dan enkel lesgeven. Het draait om het geven van betekenis aan wat we ze leren, om begrijpen hoe de wereld werkt en kennis koppelen aan lokale en mondiale collectieve uitdagingen. Jongeren, maar ook opvoeders, leerkrachten en directies, moeten de ruimte krijgen om die beweging mee vorm te geven.
Daarnaast moeten we beseffen dat verandering niet enkel de verantwoordelijkheid is van het individu. Iedereen heeft zijn of haar rol te spelen, zij het op verschillende niveaus. Onderwijs moet een stevige politieke basis bieden voor zowel individuele als collectieve acties en voor kritisch bewustzijn over structuren.
Dit artikel verdiept de thema’s uit de nieuwste editie van het magazine Global Citizenship Education 2025, waarin wordt onderzocht hoe individueel en collectief engagement en structurele verandering kunnen worden verwoord.
Begrip voor actie. Samen handelen. Daar zou het onderwijs van vandaag om moeten gaan.

Onderzoeker aan het woord
In de nieuwste editie van het magazine Global Citizenship Education legt Nicolas Spatola, een specialist in sociale psychologie, de psychologische drijfveren van burgerbetrokkenheid uit. Lees hier meer. 👇
Onderzoeker Nicolas Spatola presenteerde de bijdragen – maar ook de beperkingen – van gedrags- en neurowetenschappen op het gebied van wereldburgerschapseducatie tijdens een webinar in mei 2025. Bekijk de opname. 👇
Om verder te gaan
We weten waarom engagement belangrijk is. Maar als alles lijkt mis te lopen… wat heeft het dan nog voor zin? In het volgende artikel geeft Nicolas Spatola een eerlijk antwoord op de vraag die velen zich stellen: “Alles is toch al om zeep, dus waarom nog moeite doen?”
Nothing found.







