Jongeren aan het woord voor een geloofwaardige toekomst: een nieuwe kijk op “ontwikkelingssamenwerking”
September 2025 – Enabel, Brussel
Terugblik op een jongerendebat georganiseerd door BeGlobal en Je m'engage pour l'Afrique
In tijden van besparingen en ingrijpende uitdagingen werd op 19 september 2025 bij Enabel een jongerendebat georganiseerd over heruitvinden van “ontwikkelingssamenwerking”. Met 130 deelnemers ter plaatse en 100 online, bracht het initiatief jonge professionals, ondernemers, studenten, experten, politici en nieuwsgierige burgers samen. Centraal stond de vraag: wat zijn de huidige tendensen in internationale “ontwikkelingssamenwerking” wat zijn de oorzaken en gevolgen daarvan en hoe ziet de toekomst er dan uit? Blik mee terug op het jongerendebat, een samenwerking tussen BeGlobal, Enabel en Je m’engage pour l’Afrique.
Het programma van het jongerendebat
Het programma bestond uit een mix van uiteenlopende keynotes en twee meer diepgaande panelgesprekken.

"We zijn vergeten om in gesprek te gaan met burgers."
De gesprekken vertrokken vanuit een duidelijke vaststelling: de geloofwaardigheid en relevantie van “ontwikkelingssamenwerking” staat onder druk. Veel mensen zien de sector als ouderwets, te technisch en te ver verwijderd van hun dagelijkse leven. Bovendien blijft het idee bestaan dat “ontwikkelingssamenwerking” vooral neerkomt op hulp die van één kant komt en niet als een gelijkwaardig partnerschap.
Dat maakt het moeilijk om mensen te overtuigen van dit systeem. Daardoor blijft voor veel burgers “ontwikkelingssamenwerking” onzichtbaar of lijkt ze niet relevant.
Jean Van Wetter, CEO van Enabel, formuleerde het als volgt: “We zijn vergeten om met burgers in gesprek te gaan. Zolang dit een gesprek blijft tussen experts, zal internationale samenwerking losstaan van de mensen.”
Een nieuw verhaal van gedeelde belangen en strategische investering
De sprekers van het jongerendebat waren het erover eens: “ontwikkelingssamenwerking” heeft nood aan een nieuw verhaal. Het mag niet langer gaan over liefdadigheid, met landen die hulp bieden en anderen die “passief ontvangen”. In plaats daarvan moet het gaan over samenwerking op basis van gelijkwaardige partnerschappen en gedeelde belangen.
We moeten afstappen van het woord “ontwikkelingssamenwerking” dat die oude visie in stand houdt. Grote wereldproblemen zoals klimaatverandering, conflicten en economische ongelijkheid vragen om samenwerking over grenzen heen.

Nationale belangen en internationale solidariteit hoeven elkaar niet uit te sluiten. In tegendeel: internationale samenwerking moet gezien worden als een strategische investering in onze gezamenlijke toekomst. Vanuit die visie veranderde Enabel onlangs ook haar naam, naar “agentschap voor internationale samenwerking”.
Duidelijke en eerlijke communicatie rond internationale samenwerking
Om burgers te overtuigen van de relevantie en het belang van internationale samenwerking en het heruitvinden ervan, is duidelijke en eerlijke communicatie over de concrete impact en resultaten volgens verschillende sprekers essentieel. Zunera Rana, onderzoekster aan de Radboud University, pleit daarbij voor openheid over zowel de positieve als de negatieve en onbedoelde gevolgen. Ze waarschuwt dat het negeren van de negatieve kanten de ruimte biedt aan de media om een eenzijdig beeld te scheppen. Volgens haar is het belangrijk om ook mislukkingen binnen het systeem te erkennen, ook al kan dit voor de betrokkenen ongemakkelijk zijn. Dat moet op een begrijpelijke manier gebeuren. Zoals David Van Reybrouck het verwoordde: “Ik begrijp 40% niet van het jargon dat gebruikt wordt tijdens dit soort panelgesprekken.”
"Wie krijgt wat in ruil?" - ook een kwestie van rechtvaardigheid

In zijn keynote benadrukte David Van Reybrouck eveneens dat internationale samenwerking moet worden gezien als investering. Hij sprak over de vier dimensies van de “return on investment” op economisch, sociaal, ecologisch én politiek vlak. Hij stelde vooral ook de cruciale bijkomstige vraag: wie krijgt wat in ruil? Die vraagt zet ons aan het denken over wie daadwerkelijk baat heeft van de investeringen in internationale samenwerking.
Adélaide Charlier, Belgisch klimaat– en mensenrechtenactiviste, gaf tijdens haar inspirerende getuigenis een concreet voorbeeld daarvan. Ze toonde aan hoe klimaatverandering onlosmakelijk verbonden is met machtsverhoudingen en een koloniaal verleden. Ze pleitte ervoor om rechtvaardigheid en bijgevolg ook systeemdenken, centraal te stellen in de discussie: wie veroorzaakt wat, en wie draagt de gevolgen? In de context van klimaatsontregeling gaat het volgens haar dan ook verder dan samenwerking, het gaat ook over klimaatsrechtvaardigheid en het herstellen van de schade die is en wordt aangericht.

Nieuwe vormen van samenwerking: de rol van de private sector
Omdat regeringen zich steeds vaker terugtrekken, gingen de gesprekken van de avond vooral over nieuwe vormen van samenwerken. Veel sprekers benadrukten daarbij het belang van nieuwe en innovatieve partnerschappen. Vooral de rol van de private sector, de diaspora en jongeren kwam daarbij naar voren.
Onder andere Mouctar Bah, oprichter van de Brussels-Africa hub, wees op het belang van private duurzame investeringen. Volgens hem spelen ze niet alleen een sleutelrol in echte systemische verandering, maar ook in het doorbreken van traditionele afhankelijkheidsrelaties door duurzame economische groei te bevorderen.

Zo sprak Balázs Németh, sustainability manager bij Brussels Airlines, over hoe hij duurzaamheid probeert te verankeren in de activiteiten van het privébedrijf, onder andere in samenwerking met Enabel. Hij benadrukte dat échte verandering alleen mogelijk is als iedereen meedoet, ook de private sector. Daarnaast deed hij ook een oproep aan de aanwezige jongeren: “Impact maak je niet alleen binnen NGO’s, overweeg ook om buiten deze bubbel impact te hebben, misschien is de invloed daar zelfs groter.”
Tegelijkertijd kwam uit het publiek een kritische vraag : hoe zit het met de ethische vraagstukken die dergelijke privaat-publieke samenwerkingen met zich meebrengen? Die vraag sluit aan op het punt van David Van Reybrouck: “wie krijgt wat in ruil?”
De uitdaging zal erin liggen om de verschillende belangen van iedereen helder in kaart te brengen, duidelijke en transparante richtlijnen op te stellen en vast te houden aan de eigen waarden en principes.
De rol van jongeren en diaspora

Tenslotte werd ook de rol van de diaspora en jongeren besproken. Zij worden ook als cruciaal gezien voor de toekomst van internationale samenwerking. Voor veel sprekers, zoals Ileana Santos, medeoprichtster van JMA, is het tijd om de traditionele kijk op samenwerking te veranderen. Jongeren eisen een nieuwe houding: we moeten afstappen van het beeld waarbij Europa bepaalt hoe over Afrika wordt nagedacht. Ze willen actief meebouwen aan een gezamelijke toekomst, waarbij hun betrokkenheid en ideeën centraal staan.
De diaspora speelt daarin een belangrijke rol. Niet als toeschouwer, maar als actieve mede-ontwikkelaar van duurzame projecten met echte impact.
Door jongeren en de diaspora in het proces te betrekken, onstaat een meer inclusieve aanpak die zorgt voor bredere steun en grotere effectiviteit van internationale samenwerking.
"Ontwikkelingssamenwerking": crisis of wake up call?
Op een bepaald moment tijdens de avond werd aan de deelnemers gevraagd of de huidige situatie te beschouwen is als een crisis of als een wake-up call. De meeste deelnemers waren het erover eens: het is een wake-up call. Zoals David Van Reybrouck het treffend verwoordde: “Misschien is Trump wel het beste wat ons kon overkomen, het bevrijdt ons. Laat hen het wilde westen zijn, en wij het warme westen.”
Met andere woorden: laat dit een kans zijn om de sector grondig te herdenken en opnieuw vorm te geven. Het is het moment om oude structuren los te laten en ruimte te maken voor vernieuwing.
Wat moet er nu concreet gebeuren volgens de sprekers en het publiek?
- Er moet helder en eerlijk gecommuniceerd worden over de gedeelde belangen, de impact en de opbrengsten van internationale samenwerking, met aandacht voor rechtvaardigheid.
- Tegelijkertijd moet de sector zich kritisch blijven bevragen, verouderde aanpakken en logica’s loslaten en ook daarover eerlijk communiceren.
- Tot slot is het belangrijk om te blijven inzetten op innovatieve en inclusieve vormen van samenwerking, met een actieve rol voor de private sector, de diaspora en jongeren.
Dank aan alle sprekers, het publiek en medewerkers van Enabel en Je m’engage pour l’Afrique die op het jongerendebat over “ontwikkelingssamenwerking” aanwezig waren.
Herbekijk het volledige debat hier:
Blik mee terug op het debat:
Zin in meer?
Lees het artikel in MO* magazine : België schrapt zijn bijdrage aan de Wereldbank – MO*































